Geplaatst in Dagelijkse leven, Houten

Rondje Houten in 15 foto’s + 1

Door de hele Corona-uitbraak werk ik nu sinds half maart thuis. Tot die tijd ging ik op de fiets naar mijn werk in Utrecht. Dat was meteen een ideale workout; ’s ochtends 12,5 kilometer heen en ’s middags, hoe logisch, 12,5 kilometer weer terug op de fiets. Toen kwam de Corona en verviel ook mijn dagelijkse fietstochtje.

Om toch aan mijn beweging te komen, loop ik sinds ik thuis werk iedere dag minimaal 1 a 2 keer een rondje door de omgeving. Wat dat betreft is er voldoende keus. Zo is en blijft een rondje langs de Rietplas met de ‘Curacaohuisjes’ altijd een mooi stuk, maar omdat het daar vaak stuk drukker is en ik geen zin heb om voortdurend over die 1,5 meter afstandsregel na te hoeven denken, is mijn favoriete rondje hier vlak voor de deur aan de andere kant van de rondweg. Aangezien de route zich om een daar staande ooievaarspaal kronkelt heb ik het maar de titel ‘Rondje Ooievaar’ gegeven.

Het loopt van mijn huis in de wijk De Meren via de Rietdijk en het Ka-pad tot aan het Oostrumsdijkje en dan via een half verhard pad weer terug richting huis. Hemelsbreed zal het verste punt naar beide kanten iets van 1,5 kilometer van mijn huis zijn, dus de totale lengte zal een kilometer of 5 a 6 zijn.. Er zijn nog allerlei varianten om het te verlengen of te halveren, maar meestal loop ik zo ongeveer deze route.

Tijd om de woorden te verruilen voor de daden, oftewel de foto’s. Hierbij mijn rondje ooievaar in 15 foto’s.

Het rondje ooievaar begin ik gewoon lekker simpel voor mijn deur. De lantaarnpaal langs de rondweg vormt voor de ooievaar een geliefd rustpunt. Zeker nu er een paar jongen in net nest zitten, kan ik heel goed begrijpen dat ie af en toe toe is aan wat rust, maar om daar dan een lantaarnpaal als plek voor te kiezen??

Vervolgens loop ik een stukje door de wijk om vervolgens bij De Tuinen rechts het tunneltje onder de rondweg te nemen. Na een bocht naar rechts kom ik op de Rietdijk, en al gauw loop ik bij een boerderij met twee zwartwitte koeien. Welk ras het is, geen idee, maar mooi zijn ze wel, en de plek waar ze grazen, een boomgaard, is ook schilderachtig. Zet er een paar tafels neer en je hebt een schitterende theetuin.

Dat het pad in het verlengde van de Rietdijk het KA-pad heet, daar ben ik pas een tijdje geleden achtergekomen, maar fotogeniek is het stuk zeker.

Na het asfalt van het Ka-pad is het aan het einde daarvan, vlak bij het Oosterumsdijkje, tijd om het asfalt te verruilen voor een halfverhard kruip-door-sluip-door-weggetje langs een minibos. Ondanks dat de rondweg nog geen 25 meter van het paadje vandaan ligt, waan je je daar in een heel ander gebied.

Als ik dan mijn straat weer inloop ligt daar een hele bloemenweide met onder andere korenbloemen.

P1040064

En om dit ‘Rondje Ooievaar te af te sluiten nog een foto ‘van de naamgever van dit wandelrondje.

P1040079

Geplaatst in Dagelijkse leven, Houten

Ondertussen in de achtertuin

blog tuin2

Onder het mom van ”wie het kleine nieuws niet eert, is het grote nieuws niet weerd’ gewoon eens een blog over de wondere wereld die achtertuin heet, om tegenwicht te bieden aan al het virusnieuws. En nu iedereen zoveel mogelijk thuis moet blijven, een mooie gelegenheid om daar eens extra aandacht aan te besteden.

Dus geen Corona maar mussen, merels, mezen, spreeuwen, roodborstjes vinken, duiven, eksters en een incidentele sperwer in de spotlight.

Stadsmens ziet ze vliegen

Afgezien van mijn tijd in Rotterdam en Nieuwegein heb ik altijd gewoond in een huis gewoond met op zijn minst een achtertuin. Als kind schonk ik er niet heel veel waarde aan, het was gewoon een gegeven; huis met tuin. Maar toen ik ouder werd ging ik er steeds meer waarde aan hechten. Niets zo lekker om na een dag werken even wat tijd door te brengen met wat gewroet in de tuin.

En het mooie van wonen in een relatief groene gemeente als Houten is dat het er stikt van de vogels. Mussen, merels, mezen, spreeuwen, roodborstjes, vinken, duiven, eksters en heel soms een sperwer zijn vaste gasten in onze achtertuin. In de sloot voor ons huis langs de rondweg en de daar langs staande lantaarnpalen zijn meerkoeten, reigers, ooievaars, zwanen en aalscholvers vaste gasten.

Ooievaar

Tot ik hier kwam wonen was ik een echt stadsmens, en was een incidentele reiger het grootste vliegende spul dat ik gewend was. Toen ik dus in Houten kwam wonen en op een dag een ooievaar hier voor de deur zag, vond ik dat best bijzonder. Totdat ik ontdekte dat even verderop een ooievaarsnest zat en ooievaars dus vaste gasten waren in deze omgeving.

Het mooie aan zo’n achtertuin is dat het een levend schilderij is. Wellicht gestimuleerd door de door de hele tuin hangende vetbollen, silo’s met pinda’s en zaden/pitten, een voederhuisje en een nestkastje is het voortdurend een drukte van belang met allerlei soorten vogels.

En niets zo ontspannend om voor het raam toe te kijken hoe die vogelwereld zoal in elkaar zit Een soort zenmoment maar dan anders. Solitaire roodborstjes die rustig, net als merels, op de grond hun eten bij elkaar scharrelen. Spreeuwen die verslaafd zijn aan vetbollen. Mezen die heel bedachtzaam steeds een pinda of zaadje nemen en dan wegvliegen. En mussen die zich van niemand iets aantrekken en eigenlijk alles wel lusten. Vetbollen, pinda’s, zaden en pitten, ze zijn overal wel voor in.

Duiven

Met de duiven heb ik een soort haat/liefde verhouding. Aan de ene kant zijn het dermate lompe dieren dat ze in staat blijken om een vogelhuisje vakkundig te slopen en allerlei opkomende bloemen plat te walsen, maar aan de andere kant heb ik ook wel weer bewondering voor hun inventiviteit.

We hebben silo’s waar zaden en pitten in zitten. Onderaan die silo’s zitten op twee plekken gaten met daarvoor een stokje. Op dat stokje kunnen mezen en mussen probleemloos zitten om zodoende dat vogelzaad op te pikken. Voor duiven is dat stokje veel te smal, en dus zou je denken dat ze niets van dat voer krijgen. Maar het lijkt wel of ze een soort van samenwerkingsverband hebben gesloten met mussen. Mussen kunnen bij dat voer, maar omdat het zulke wilde schrokkers zijn, belandt meer dan de helft van het voer op de grond. En daar staan de duiven al dankbaar te wachten op al het voer dat zo naar beneden komt.

Bij de pindasilo heeft één van die duiven een andere tactiek gevonden. Voor die silo zit een smalle richel waar mussen en mezen probleemloos op kunnen zitten, maar voor die dikke duiven is dat veel te smal. Een van die duiven heeft nu ontdekt dat als ie vliegend in de lucht hangt hij (of zij natuurlijk;-) precies bij die pinda’s kan. Gevolg is dus dat we regelmatig een druk klapwiekende duif zien die terwijl hij in de lucht hangt, zich tegoed doet aan die pinda’s.

En zo draait niet alles om Corona.

ooievaar