Geplaatst in Dagelijkse leven, Houten

Ondertussen in de achtertuin

blog tuin2

Onder het mom van ”wie het kleine nieuws niet eert, is het grote nieuws niet weerd’ gewoon eens een blog over de wondere wereld die achtertuin heet, om tegenwicht te bieden aan al het virusnieuws. En nu iedereen zoveel mogelijk thuis moet blijven, een mooie gelegenheid om daar eens extra aandacht aan te besteden.

Dus geen Corona maar mussen, merels, mezen, spreeuwen, roodborstjes vinken, duiven, eksters en een incidentele sperwer in de spotlight.

Stadsmens ziet ze vliegen

Afgezien van mijn tijd in Rotterdam en Nieuwegein heb ik altijd gewoond in een huis gewoond met op zijn minst een achtertuin. Als kind schonk ik er niet heel veel waarde aan, het was gewoon een gegeven; huis met tuin. Maar toen ik ouder werd ging ik er steeds meer waarde aan hechten. Niets zo lekker om na een dag werken even wat tijd door te brengen met wat gewroet in de tuin.

En het mooie van wonen in een relatief groene gemeente als Houten is dat het er stikt van de vogels. Mussen, merels, mezen, spreeuwen, roodborstjes, vinken, duiven, eksters en heel soms een sperwer zijn vaste gasten in onze achtertuin. In de sloot voor ons huis langs de rondweg en de daar langs staande lantaarnpalen zijn meerkoeten, reigers, ooievaars, zwanen en aalscholvers vaste gasten.

Ooievaar

Tot ik hier kwam wonen was ik een echt stadsmens, en was een incidentele reiger het grootste vliegende spul dat ik gewend was. Toen ik dus in Houten kwam wonen en op een dag een ooievaar hier voor de deur zag, vond ik dat best bijzonder. Totdat ik ontdekte dat even verderop een ooievaarsnest zat en ooievaars dus vaste gasten waren in deze omgeving.

Het mooie aan zo’n achtertuin is dat het een levend schilderij is. Wellicht gestimuleerd door de door de hele tuin hangende vetbollen, silo’s met pinda’s en zaden/pitten, een voederhuisje en een nestkastje is het voortdurend een drukte van belang met allerlei soorten vogels.

En niets zo ontspannend om voor het raam toe te kijken hoe die vogelwereld zoal in elkaar zit Een soort zenmoment maar dan anders. Solitaire roodborstjes die rustig, net als merels, op de grond hun eten bij elkaar scharrelen. Spreeuwen die verslaafd zijn aan vetbollen. Mezen die heel bedachtzaam steeds een pinda of zaadje nemen en dan wegvliegen. En mussen die zich van niemand iets aantrekken en eigenlijk alles wel lusten. Vetbollen, pinda’s, zaden en pitten, ze zijn overal wel voor in.

Duiven

Met de duiven heb ik een soort haat/liefde verhouding. Aan de ene kant zijn het dermate lompe dieren dat ze in staat blijken om een vogelhuisje vakkundig te slopen en allerlei opkomende bloemen plat te walsen, maar aan de andere kant heb ik ook wel weer bewondering voor hun inventiviteit.

We hebben silo’s waar zaden en pitten in zitten. Onderaan die silo’s zitten op twee plekken gaten met daarvoor een stokje. Op dat stokje kunnen mezen en mussen probleemloos zitten om zodoende dat vogelzaad op te pikken. Voor duiven is dat stokje veel te smal, en dus zou je denken dat ze niets van dat voer krijgen. Maar het lijkt wel of ze een soort van samenwerkingsverband hebben gesloten met mussen. Mussen kunnen bij dat voer, maar omdat het zulke wilde schrokkers zijn, belandt meer dan de helft van het voer op de grond. En daar staan de duiven al dankbaar te wachten op al het voer dat zo naar beneden komt.

Bij de pindasilo heeft één van die duiven een andere tactiek gevonden. Voor die silo zit een smalle richel waar mussen en mezen probleemloos op kunnen zitten, maar voor die dikke duiven is dat veel te smal. Een van die duiven heeft nu ontdekt dat als ie vliegend in de lucht hangt hij (of zij natuurlijk;-) precies bij die pinda’s kan. Gevolg is dus dat we regelmatig een druk klapwiekende duif zien die terwijl hij in de lucht hangt, zich tegoed doet aan die pinda’s.

En zo draait niet alles om Corona.

ooievaar

Geplaatst in Dagelijkse leven, Houten

Terug naar de natuur

natuurAls stadsmens wist is zeker toen ik met S. naar een nieuw huis ging kijken dat ik een huis met een tuin wilde, en dan een ‘tuin tuin en geen stenen tuin.

Gelukkig beschikte het huis waar we allebei voor vielen over een dergelijke tuin, of tenminste een aanzet daartoe.

Alhoewel het een tuin was van iets van 5×5 meter wisten we meteen dat we daar wel iets mee konden. De verbouwing van het huis kreeg de eerste aandacht, maar toen dat allemaal klaar was, was de tuin aan de beurt. En zoals elke verbouwing levert ook een tuin altijd veel meer werk op dan gepland.

It’s raining

Het begon al toen bleek dat de vorige bewoners de afvoer van de veranda gewoon in de tuin hadden laten lopen in plaats van naar de afvoerput. Water stroomde dus bij een flinke bui zo de tuin in, niet echt handig met de vette kleigrond die we hier hebben. Daarom moesten we het halve grasveld omploegen om daaronder een afvoerpijp aan te leggen. Afvoer geïnstalleerd, graszaad erop en verder, maar ja…

Alleen maar gras is ook maar saai, dus aan de ene kant tegen de veranda (veranda ligt 40 cm hoger dan de rest van de tuin) wilden we een schuin aflopende rotstuin. Hadden we meteen een goede plek om het gras dat vrijkwam bij de aanleg van die afvoerpijp, kwijt te raken. Grond er over heen, en vervolgens de stenen en rotsen voor de rotstuin, en natuurlijk de nodige planten erin. Gelukkig bleken ze goed aan te slaan, en ook de winter overleefden ze goed…

Vogels als vandalisten

Maar de natuur zit vol verrassingen want alhoewel ze de winter wel overleefden was er wel iets anders waardoor de meeste planten het loodje legden: vogels. Die bleken dit voorjaar fijn vrijwel al de wortels van die rotsplantjes los te woelen, en op te eten of te gebruiken voor het maken van een nest ofzo.

Met het plaatsen van gaas konden we nog wel wat redden, maar er zat niets anders op dan weer richting tuincentrum te gaan. Daar waren we de afgelopen tijd toch kind aan huis, want de oorspronkelijke tuin was zeker niet wat S. en ik voor ogen hadden, en dus zat er niet anders op dan de handen uit de mouwen te steken.

Meer dan gras

Oorspronkelijk bestond de tuin uit niet meer dan gras. Op een gedeelte daarvan hadden we al een rots tuin gemaakt, en aan de andere kant van de veranda vonden we een flinke bak met allerlei bloeiend spul wel mooi. Omdat we die bak gelijk met de veranda wilden laten lopen moest er dus een stenen muurtje worden gemaakt om dat hoogteverschil te overbruggen.

Na eindeloos gezocht te hebben vonden we uiteindelijk precies de steen die we zochten; niet te glad, maar lekker ruw. Muurtje gemaakt, en meteen aan de zijkant ook maar wat van diezelfde stenen gelegd; als we toch bezig zijn., is een extra border ook zo gemaakt.. Verbazingwekkend trouwens hoeveel zakken grond er passen in een bak van 40 cm hoog bij 2,5 meter lang en 50 cm breed.

Meer, meer, meer

Maar met een bak alleen waren we er natuurlijk nog niet want daar moesten wel planten in… En van alleen dat kleine grut dat nog een jaar of wat moet groeien om een aardig formaat te hebben wordt een tuin ook niet snel mooier, dus daarom ook maar wat planten die al wat volume hadden… en, ja toen we toch bezig waren ook maar meteen wat planten voor de voortuin….,en ook toch nog wat voor tegen de schuur… en een paar vogelhuisjes… en nog wat tuingereedschap… en een groente en kruidentuin is toch ook wel leuk…. en zo bleef het maar gaan. Nu snap ik waarom er in Houten en omgeving zoveel tuincentra zijn…

Maar nu alles zo’n beetje af is, ziet het er wel stukken beter uit, zeker nu door het weer alles in bloei is geschoten en er met de week meer begint te bloeien.

Kijken naar het vogeltje

En sinds een week is een koolmeespaar druk bezig om in een van de vogelhuisjes een nestje te maken. Ze blijven maar af en aan vliegen met takjes, gras etc. Verbazingwekkend trouwens dat die mezen elke keer probleemloos door die nauwe opening van dat vogelhuis vliegen Als ze aan komen vliegen lijken ze te pletter te vliegen tegen dat vogelhuisje, maar op de een of andere manier weten ze in minder dan een seconde zich dusdanig klein te maken dat zonder problemen door dat gat kunnen. Had ik maar de lenigheid van zo’n koolmees;-)