Geplaatst in Dagelijkse leven, In het nieuws, Klanten???

En we noemen haar…

veggieblogWhat’s in a name. Shakespeare zei het al jaren geleden, en nu worstelt de Duitse minister van Landbouw daar ook mee.

Hij wil namelijk af van de vegetarische omschrijvingen van vleesproducten. Afgelopen met omschrijvingen als Vegetarische curryworst, vegetarische schnitzel, vegasaté etc wat hem betreft.

Als argument geeft hij dat consumenten van die benamingen in de war raken. Als dat de reden is vind ik het een onzinreden, want waarom zou iemand bijvoorbeeld wel in de war raken van vega saté als en niet van alle andere vormen van saté zoals kipsaté, varkenssaté konijnensaté of hertensaté?

Even opgezocht in de van Dale:
sa·té (de; v(m); meervoud: satés; verkleinwoord: sateetje) 1aan een pin gestoken en geroosterde stukjes vlees.

Maak daar in plaats van vlees vlees(vervanger) van, en de zogenaamde onduidelijkheid is opgelost.

En wat maakt een curryworst een curryworst? Geen curryworst in Duitsland heeft dezelfde samenstelling, dus waarom zou een vegetarische variant daar dan niet bij kunnen?

Schnitzel, worst, burger, saté etc zijn wat mij betreft meer soort of type-omschrijvingen, waarin je allerlei varianten hebt, waaronder dus een vegetarische variant.

Volgens mij kan die minister zich veel drukker maken met de controle of bijvoorbeeld rundvlees wel daadwerkelijk rundvlees is en dat er geen andere soorten vlees/rotzooi aan wordt toegevoegd, maar aangezien de vleesverwerkende industrie een grote donateur is van de CSU/CDU in Duitsland krijgt dat, hoe verrassend een aanzienlijk lagere prioriteit.

Geplaatst in Dagelijkse leven, In het nieuws

Wat te doen met een miljoen?

goudblogNu de Kerstdagen voorbij zijn, is het hoogste tijd voor wat activiteit; lekker een stuk hardlopen.

Terwijl ik mijn hardloopschoenen aantrek, scan ik meteen wat krantenkoppen; ja, ook mannen kunnen multitasken (althans, dat denken we).

Een van de koppen gaat over wat je moet doen als je een miljoen wint in de Staatsloterij of Poscodeloterij. Het is tenslotte weer eind van het jaar en dus wordt je weer doodgegooid met allerlei reclame van de Staatsloterij en Postcodeloterij. De ene prijs is nog hoger dan de andere, want een hoofdprijs van een armzalige 15 miljoen is natuurlijk niet meer van deze tijd, die moet minstens het dubbele zijn om nog een beetje aansprekend te zijn. Maar wat moet je dan als je die prijs eenmaal hebt gewonnen?

Buitenlucht

Geen tijd om het artikel helemaal te lezen, het is inmiddels licht geworden dus tijd voor buitenlucht. De weilanden aan de rand van Houten liggen voor me, een winterzon produceert de eerste zonnestralen van de ochtend, bijna geen wind, kortom, een perfecte dag om hard te lopen, en mijn hoofd helemaal leeg te maken zodat mijn gedachtes alle kanten op kunnen gaan.

Terwijl ik loop, schiet dat artikel me weer te binnen, en dan meer de fascinatie voor het onbereikbare. Wellicht zit het nu eenmaal in onze genen om niet tevreden te zijn met wat er nu is, maar steeds meer te willen. Zeker niet altijd een slechte eigenschap, want anders was er van enige vooruitgang in bijvoorbeeld de geneeskunde geen sprake geweest, maar toch.

Ik loop door de weilanden en zie ik om me heen hoe mooi het hier toch is; een reiger die op nog geen meter afstand doodstil staat te turen naar een prooi, een vlucht ganzen die druk gakkend overvliegt, rijen appel- en perenbomen die al weer klaar staan om over een paar maanden in groei te schieten.

Yukon Gold

Mijn gedachten beginnen weer te malen over die fascinatie naar steeds meer en ik moet opeens denken aan de serie ‘Yukon Gold’, op Discovery Channel.

Een serie die me om meerdere redenen fascineert. Aan de ene kant om die eigenschap van gouddelvers dat ze steeds blijven dromen dat die goudader die hun leven voorgoed zal veranderen, nu toch echt onder handbereik is. Er moet alleen nog net een extra machine bijgekocht worden, een meer worden leeggepompt, een in de weg liggende berg worden opgeblazen of wat dan ook, maar ze zijn er nu toch echt bijna, maar steeds lukt het net niet. Maar echte gouddelvers geven nooit op, dromend dat het het volgende seizoen toch echt gaat lukken.

Dat is de positieve fascinatie, de negatieve fascinatie die ik bij die serie, en soortgelijke series heb, is de volkomen gewetenloosheid waarmee ze te werk gaan.

Leegroven

Zonder ook maar de geringste gewetenswroeging kappen ze hele stukken bos en oerwoud en voeren ze ze daaronder liggende vruchtbare grond af, op zoek naar goud. Zodra ze een stuk land tot op rotsniveau hebben leeggehaald, trekken ze doodleuk verder, zich totaal niet bekommerend om wat er met het achtergebleven stuk land dat inmiddels is veranderd in een levenloze woestenij moet gebeuren. Na ons de zondvloed.

Leedvermaak

Ik weet het, leedvermaak is een slechte eigenschap, maar toch, toen ze als een stel hilbillies naar Gyana gingen, om daar in het oerwoud wel eventjes bergen goud te delven, was leedvermaak toch wel hetgeen me toen bekroop:

Ze ploegden hele stukken oerwoud om, groeven en groeven maar, ze vonden van alles behalve goud. Steeds ging er wel wat anders mis; de ene keer zakte een graafmachine weg in de modder, de andere keer liepen machines compleet vast door wortels en allerlei andere troep die voor verstopping zorgde.

Tot overmaat van ramp bleek het zogenaamd nog onontgonnen stuk grond alles behalve onontgonnen te zijn, want er kwamen allerlei oude schoenen en meer menselijk afval naar boven, maar totaal niets dat leek op goud. Uiteindelijk waren ze gedwongen, zonder ook maar enig goud van betekenis te hebben gevonden, op te geven en met de staart tussen de benen weer terug naar Amerika te gaan.

31 december

Blijft boeiend, die fascinatie voor het onbereikbare. En ja zelf doe ik ook al jaren mee met de Staatsloterij, maar hoger dan 65 gulden (yep, zo lang is het al geleden) ben ik niet gekomen. Maar ooit gaat ie vallen… ooit… toch?

Geplaatst in Dagelijkse leven, In het nieuws

Berlijn: warum?

blogNietsvermoedend zit ik wat op mijn tablet te lezen. Opeens popt er een melding van de NOS app op:

Aanslag op kerstmarkt in Berlijn.

Zodra ik de foto’s zie, schieten mijn gedachten terug naar december vorig jaar. Toen, waren S. en ik op exact dezelfde plek. Op vrijwel de plek waar nu die vrachtwagen dood en verderf zaaide, stonden S. en ik toen onbezorgd te poseren voor foto’s voor onze kerstkaart.

En dan zie je nu dit; de doden, gewonden en chaos, veroorzaakt door een fanaticus. Wrang dat dit juist vlak voor de Gedächtniskirche plaats vindt. De ruïnes van die kerk zijn intact gelaten, als symbool van de waanzin van de Tweede Wereldoorlog. En nu dreigen ze nog meer symboliek te krijgen, nu als symbool voor de waanzinnige oorlog doe momenteel wordt gevoerd door fanatici van allerlei richtingen.

Warum?

Vol van vragen ga ik naar bed. S. slaapt al. Ik geef haar een zoen, en denk; het komt steeds dichterbij. Ik probeer de slaap te vatten.

Geplaatst in Dagelijkse leven, In het nieuws, Spoor

Het is ook nooit goed

krukkenHet kan nooit kwaad om je eens te verplaatsen in een ander. Zo’n gevoel had ik deze week. Ik zat toen, net zoals elke werkdag, in de sprinter van Utrecht naar Houten.

Om een beetje beenruimte te hebben probeer ik altijd zo’n klapstoeltje bij de ingang te bemachtigen. Meestal lukt dat wel, en ook woensdag was dat het geval. Op de andere twee klapstoeltjes zaten een jonge vrouw en een scholier.

Ik was daar diep verzonken in mijn krant dus geen flauw idee wie er allemaal de trein inkwam. Maar toen het vertreksignaal had geklonken en ik opeens het niet te missen getik van krukken hoorde, keek ik wel op vanachter mijn krant. Een vrouw op krukken wist zich, nog net voor de deuren dichtgingen, de trein in te wurmen.

Zowel de jongen als ik gingen vrijwel gelijktijdig staan en vroegen wederom vrijwel gelijktijdig: ‘wil je wellicht zitten?”. In plaats van het verwachtte; ”graag”, kregen we echter om het nog voorzichtig uit te drukken niet al te vriendelijk terug: “waarom zou ik, ben ik zielig ofzo”?

Mijn eerste gedachte (die ik gelukkig voor me kon houden) was; dan niet stuk chagrijn, ging weer zitten en las verder in mijn krant. De vrouw op krukken bleef dus tot aan station Houten staan, waarna ze de trein verliet.

Terwijl ik verder las in de krant, liet die a-typische reactie van haar me toch niet los. Het waarom daarvan intrigeerde me. Maar hoe langer ik er over na dacht, hoe beter ik me haar reactie kon voorstellen. Ook iemand die op krukken loopt, of op een andere manier minder mobiel oid is, wil het liefst zichzelf redden, en niet steeds afhankelijk zijn van hulp van anderen.

Als je dan voortdurend, hoe goed bedoeld ook, aan alle kanten hulp krijgt aangeboden, kan ik me eigenlijk heel goed voorstellen dat je het op een gegeven ogenblik zat bent en zo’n uitval doet.

Benieuwd hoe iemand die vaak hulp nodig heeft dit ervaart.